Heup- en rugklachten

Beenlengteverschil

Beenlengteverschil

Wanneer het ene been langer is dan het andere, kan je bekken scheef komen te staan. De belasting wordt dan niet helemaal gelijk verdeeld. Veel mensen merken dit niet direct aan hun benen, maar krijgen terugkerende klachten in de heup, lage rug of knie. Ook schoenen kunnen ongelijk slijten. Een klein verschil hoeft geen klachten te geven, maar soms heeft het meer invloed op je houding dan je verwacht.

Locatie

Bekken, heup, rug

Type klacht

Standsverschil

Beenlengteverschil en looppatroon

Heup- en rugklachten

Beenlengteverschil

Wanneer het ene been langer is dan het andere, kan je bekken scheef komen te staan. De belasting wordt dan niet helemaal gelijk verdeeld. Veel mensen merken dit niet direct aan hun benen, maar krijgen terugkerende klachten in de heup, lage rug of knie. Ook schoenen kunnen ongelijk slijten. Een klein verschil hoeft geen klachten te geven, maar soms heeft het meer invloed op je houding dan je verwacht.

Locatie

Bekken, heup, rug

Type klacht

Standsverschil

Beenlengteverschil en looppatroon

Achtergrond

Een verschil dat je hele houding kan beïnvloeden

Een beenlengteverschil betekent dat het ene been langer of korter is dan het andere. Daarbij maken we onderscheid tussen een echt en een functioneel beenlengteverschil. Bij een echt beenlengteverschil zit het verschil in de botten zelf. Het dijbeen, het scheenbeen of beide zijn aan één kant korter.

Bij een functioneel beenlengteverschil zijn de botten even lang, maar lijkt het ene been korter doordat doordat er een standsverandering in een van de benen is ontstaan welke ook invloed heeft op de stand van het bekken. Ook een stug gewricht of spanning in de spieren rond heup en bekken kan zo’n verschil laten ontstaan.

Een klein verschil komt bij veel mensen voor en geeft meestal geen klachten. Het lichaam vangt dat vaak vanzelf op. Wordt het verschil groter of speelt er ook spanning in rug, bekken of heup mee, dan kan de belasting scheef worden verdeeld. Een goede meting helpt om te bepalen of correctie zinvol is en hoeveel ondersteuning nodig is.

Symptomen

Signalen die kunnen passen bij beenlengteverschil

Een beenlengteverschil merk je vaak niet aan je benen zelf. Klachten ontstaan juist doordat je lichaam het verschil probeert op te vangen. Daardoor kunnen rug, bekken, heupen, knieën of voeten steeds op dezelfde manier overbelast raken.

Terugkerende lage rugpijn ontstaat zonder duidelijke oorzaak

Pijn aan het heupgewricht wordt vaak in de lies ervaren. Soms straalt de pijn uit naar de bil of de zijkant van het bovenbeen

Klachten aan een knie of voet spelen telkens aan dezelfde kant op

Het bekken staat zichtbaar scheef tijdens stilstaan

Schoenen slijten ongelijk aan de linker- en rechterkant

Bij vermoeidheid valt een hinkend of asymmetrisch looppatroon meer op

Vermoed je dat je beenlengteverschil klachten geeft?

Vermoed je dat je beenlengteverschil klachten geeft?

Een beenlengteverschil hoeft niet altijd behandeld te worden. Krijg je steeds terugkerende klachten in je rug, heup, knie of voet, dan kijken we graag met je mee of je houding en belasting een rol spelen. Een verwijzing van je huisarts is niet nodig.

Een beenlengteverschil hoeft niet altijd behandeld te worden. Krijg je steeds terugkerende klachten in je rug, heup, knie of voet, dan kijken we graag met je mee of je houding en belasting een rol spelen. Een verwijzing van je huisarts is niet nodig.

Oorzaken

Het verschil kan uit het been of uit je houding komen

Een echt beenlengteverschil ontstaat in het bot. Soms is dat aangeboren, doordat één been van jongs af aan minder hard is gegroeid. Het kan ook later ontstaan, bijvoorbeeld na een botbreuk, een operatie aan heup of knie, een groeistoornis in de kinderjaren of een aandoening die de groei van één been heeft beïnvloed.

Bij een functioneel beenlengteverschil zijn de botten even lang, maar staat het lichaam erboven niet helemaal recht. eEen bekkentorsie of bekkenverwringing, een stugge heup, een duidelijke asymmetrie in de voetstand of een scoliose kan ervoor zorgen dat één been korter lijkt. Spanning of zwakte rond de bilspieren en het bekken kan dit versterken.

Ook langdurige, eenzijdige belasting speelt soms mee. Denk aan veel staan op één been, eenzijdig tillen of sporten waarbij je lichaam steeds dezelfde kant op werkt. Tijdens het onderzoek kijken we welk type verschil bij jou speelt en welke factoren invloed hebben op je klachten.

Oorzaken

Het verschil kan uit het been of uit je houding komen

Een echt beenlengteverschil ontstaat in het bot. Soms is dat aangeboren, doordat één been van jongs af aan minder hard is gegroeid. Het kan ook later ontstaan, bijvoorbeeld na een botbreuk, een operatie aan heup of knie, een groeistoornis in de kinderjaren of een aandoening die de groei van één been heeft beïnvloed.

Bij een functioneel beenlengteverschil zijn de botten even lang, maar staat het lichaam erboven niet helemaal recht. eEen bekkentorsie of bekkenverwringing, een stugge heup, een duidelijke asymmetrie in de voetstand of een scoliose kan ervoor zorgen dat één been korter lijkt. Spanning of zwakte rond de bilspieren en het bekken kan dit versterken.

Ook langdurige, eenzijdige belasting speelt soms mee. Denk aan veel staan op één been, eenzijdig tillen of sporten waarbij je lichaam steeds dezelfde kant op werkt. Tijdens het onderzoek kijken we welk type verschil bij jou speelt en welke factoren invloed hebben op je klachten.

Behandelingen

Ondersteuning bij een scheve belasting

De behandeling hangt af van het type beenlengteverschil, de grootte van het verschil en de klachten die je ervaart. Soms is er vooral een meetbare correctie nodig. In andere situaties ligt de nadruk meer op spierbalans, beweeglijkheid of het verminderen van spanning rond bekken en heup.

  • Podotherapeutische zolen

    Podotherapeutische zolen kunnen een beenlengteverschil corrigeren met een opbouw onder de hiel of onder de hele voet aan de kortere zijde. Daardoor kan het bekken rechter komen te staan en wordt de belasting gelijkmatiger verdeeld over heup, knie en rug. Meestal corrigeren we niet alles in één keer, zodat je lichaam tijd krijgt om te wennen.

    Manuele therapie

    Wanneer een stug heup- of bekkengewricht het verschil veroorzaakt of versterkt, kan manuele therapie helpen om de beweeglijkheid te verbeteren. Een soepeler bekken kan het scheve belastingspatroon verminderen.

  • Oefentherapie

    Bij een functioneel verschil speelt spierbalans vaak een grote rol. Gerichte oefeningen kunnen helpen om de bilspieren, rompspieren en heupspieren sterker of soepeler te maken, zodat het bekken stabieler komt te staan.

    Oefentherapie

    Bij een functioneel verschil speelt spierbalans vaak een grote rol. Gerichte oefeningen kunnen helpen om de bilspieren, rompspieren en heupspieren sterker of soepeler te maken, zodat het bekken stabieler komt te staan.

    Voorlopige therapieën

    Een tijdelijke verhoging, tape of andere ondersteuning kan helpen om te testen hoe je lichaam reageert op correctie. Dit kan prettig zijn voordat een definitieve zool of hakverhoging wordt gemaakt.

FAQ

Vragen over verschil in beenlengte

Hoeveel beenlengteverschil is normaal?

Een klein verschil komt bij veel mensen voor en geeft meestal geen klachten. Of behandeling nodig is, hangt niet alleen af van het aantal millimeters. Je klachten, houding, bekkenstand en looppatroon bepalen samen of correctie zinvol is.

Kan beenlengteverschil lage rugpijn veroorzaken?

Ja, dat kan. Wanneer het bekken scheef komt te staan, moet de rug steeds compenseren. Daardoor kunnen spieren aan één kant meer spanning opbouwen. Dit kan terugkerende lage rugpijn, heupklachten of bilklachten geven.

Hoe wordt een beenlengteverschil gemeten?

We beoordelen je houding, bekkenstand en looppatroon. Daarnaast meten we de beenlengte en kijken we of het verschil uit de botten komt of door de stand van je bekken, heup of voet ontstaat. Bij twijfel of een groot verschil kan aanvullend onderzoek via de huisarts nodig zijn.

Kan ik zelf zien of mijn benen even lang zijn?

Thuis meten is vaak onbetrouwbaar. De uitslag kan worden beïnvloed door bekkenscheefstand, spierspanning of de manier waarop je ligt of staat. Ongelijk slijtende schoenen, een scheef zittende broekriem of terugkerende klachten aan één kant kunnen wel aanwijzingen zijn.

Is een hakverhoging altijd nodig?

Nee. Bij een klein verschil of een functioneel verschil is een hakverhoging niet altijd de beste oplossing. Soms helpen oefeningen, schoenadvies of het verbeteren van de beweeglijkheid van heup en bekken beter. Als verhoging nodig is, bouwen we die meestal rustig op.

Breng je houding weer beter in balans

Een beenlengteverschil kan klachten geven die je niet direct aan je benen koppelt. We meten zorgvuldig waar het verschil vandaan komt en bekijken welke ondersteuning past bij jouw rug, heupen, voeten en manier van bewegen.

We hebben praktijken in Almelo, Borne, Denekamp en Ootmarsum. Een verwijzing is niet nodig.

We gebruiken cookies om de website goed te laten werken en het gebruik ervan te analyseren. Je kiest zelf of je alle cookies accepteert.